Jongman kwam met een totaal van 15-20 miljoen er van uit gaande dat wijn en olijven de helft van het dieet vormden. In deze berekening van mij vormt het nog steeds maar een kwart van het dieet. Mochten wijn en olijfolie daadwerkelijk de helft van het dieet hebben gevormd, dan is het maximaal aantal inwoners zelfs 25 miljoen. Jongman, Romeins imperialisme p51. 71 Jongman, consumptie p14.
van het nodige dieet zijn, en om deze hoeveelheden te bereiken is slechts weinig land nodig. Een andere bijkomstigheid is dat zowel wijn als olijven per calorie minder arbeidsintensief zijn dan graan, voornamelijk doordat er zoveel calorieën in wijn en olijven zitten. Nu moet er wel een deel van het graan opnieuw gebruikt worden voor het zaaien. Volgens Hopkins was dat 20% van de opbrengst. Als we dus 20% aftrekken van de 7.5 miljoen komen we op 6 miljoen inwoners. Daar tellen we nog wel de 12.5 miljoen bij op want de wijnranken en olijfbomen blijven immers gewoon staan. Dan brengt dat het totaal op 18.5 miljoen inwoners maximaal. Een volgend punt, waar ik hier geen eenduidig antwoord op zal kunnen geven, is of het aantal benodigde calorieën wel klopt. Hadden de Romeinen wel 2500 calorieën nodig?
Ambtenaren verbruikten bijvoorbeeld minder calorieën dan een landarbeider en 20% van de bevolking was niet werkzaam in de landbouw.73 In het schema van Hopkins zijn er in 28 v. Chr. 6 miljoen mensen, waarvan 1.8 miljoen mannen (17+).74 In een samenleving met 20 miljoen mensen zouden er dan 6 miljoen mannen (17+) zijn. 20% daarvan betekent dat 1.2 miljoen mannen die niet in de landbouw werkzaam zijn, dus minder calorieën verbruiken. Stel dat ze 1800 gemiddeld nodig hebben in plaats van de aangenomen 2000. Dan verbruiken zij 240 miljoen calorieën minder, wat al weer ruimte geeft voor 120.000 anderen, landarbeiders wel te verstaan die eventueel ook weer de productiviteit op zouden kunnen schroeven. Nu lijkt dit op een bevolking van 20 miljoen misschien niet zo veel, maar het is ook nu nog een aantal zo groot als het hedendaagse inwoneraantal van de stad Maastricht.
Hopkins, Conquerors. C. Virlouvet, Tessera Frumentaria; les procédures de distribution du blé public ÃRome Ãla fin de la République et au début de l’Empire p5. 74 Het maakt hier niet uit of het vrije mannen of slaven waren, slaven en vrije mannen produceren immers beide.